Recensie 29-10-2004

Stephen Simmons – “Last Call” – Locke Creek Records

Door het onvolprezen Belgische Roots Town kwam ik op het spoor van Stephen Simmons. Geboren in Woodbury, Tennessee en christelijk opgevoed in een doorsnee gezin (moeder onderwijzeres / vader fabrieksarbeider) heeft hij met zijn debuutplaat “Last Call” een dijk van een plaat afgeleverd. Eerder bracht hij een EP uit “Stephen Simmons Live: Five Song Sampler”, maar “Last Call” is zijn echt debuut. De plaat is met gerenommeerde sessiemuzikanten opgenomen in Nashville en laat een mix horen van ingetogen americana, afgewisseld met meer stevige rootsrock. Namen van Rod Picott, Steve Earle, Bruce Springsteen, Jackson Browne en Ryan Adams schieten met te binnen als er al vergelijkingen gemaakt moeten worden. Zelf noemt hij The Faces en Gordon Lightfoot hierbij.

De muziek en de teksten laten een muzikant horen die worstelt met zijn (christelijk) verleden. In zijn biografie staat het zo omschreven: ‘The songs on his new album “Last Call”, tell stories of country’s life dark side and serve to remind listeners how it feels to stand at the intersection of piety and sin” oftewel komen de vrome lessen van huis overeen met de rauwe werkelijkheid.

Het eerste gedeelte van de plaat is meer alt. countryrock gericht (“Country Lines”, “Last Call”, Betty I’m Married”), het tweede gedeelte kenmerkt zich door een meer ingetogen, akoestische benadering. Producer was Eric Fritsch o.a. bekend van  Scott Miller en gelouterde Nashville sessiemuzikanten zoals guitarist Kenny Vaughn, bassist Dave Jacques, drummer Paul Griffith en cellist David Henry zorgen voor de muzikale omlijsting.

Al na de eerste luisterbeurt was ik overtuigd van de klasse van Stephen Simmons en die indruk is alleen maar heftiger geworden. Zonder twijfel heb ik “Last Call” bovenaan het favoriete lijstje voor de Americanachart van deze maand gezet. Deze plaat verdient een brede waardering bij de rootsliefhebbers.

Thomas Kaldijk


Recensie

Elvis Costello – “The Delivery Man” – Lost Highway

“My Aim Is True” uit 1977 is nog steeds één van die bepalende platen uit de pophistorie. In de tijd van de Punk en New Wave, met artiesten als The Clash, Ian Dury en Graham Parker stonden de covers van The Melody Maker en The New Musical Express bedrukt met foto’s van de brildragende, op Buddy Holly lijkende Declan McManus oftewel Elvis Costello. Met de Amerikaanse band Clover ingespeeld en met Nick Lowe als producer, was “My Aim Is True” een alt.country / pubrock mijlpaal in wording. Elvis Costello, een samensmelting van de naam van legende Elvis Presley met de meisjesachternaam van zijn moeder, heeft daarna elke muziekstijl in zijn platen verweven en is één van de meest veelzijdige en eclectische artietsen van de laatste drie decennia geworden.

Met “The Delivery Man” keert hij gedeeltelijk terug naar zijn beginjaren en schittert door pakkende, met name op countrysoul getinte muziek. Begeleidingsband The Imposters (a.k.a. The Attractions) bestaat uit oudgedienden Pete Thomas (drums) en Steve Nieve (keyboards) en wordt verder aangevuld met bassist Dave Faragher. Nummers als “Country Darkness”, “Either Side Of The Same Town” (samen geschreven met de legendarische soul producer / songschrijver Jerry Ragovoy), “Heart Shaped Bruised” en “The Judgement” behoort tot het beste wat hij geschreven heeft. “Either Side Of The Same Town” zou op een Dave Godin’s Deep Soul Treasures verzamelaar niet misstaan, zou dit nummer in de zestiger jaren zijn geschreven. De geest van buddy Nick Lowe komt om de hoek kijken in het nummer “Monkey To Man” en niet te versmaden natuurlijk is het feit dat Lucinda Williams (“There’s A Story In Your Voice”) en Emmylou Harris ( op drie nummers) een vocale gastrol vervullen. Heftige nummers als “Button My Lip”en “Bedlam” zijn niet aan mij besteed, maar met een score van 11 uit 13 is “The Delivery Man” één van de betere platen in het uitgebreide oeuvre van Elvis Costello.

Thomas Kaldijk


Recensie 15-10-2004

Janiva Magness – Bury Him At The Crossroads -  Northern Blues Music / Parsifal

Janiva Magness groeide op in Michigan (Detroit), maar woont al lange tijd in Los Angeles. Vorig jaar werd ze genomineerd voor een WC Handy Award in de categorie “Beste Hedendaagse Vrouwelijke Blues Artiest”.

Voor het Canadese label Northern Blues Music (gedistribueerd door het Belgische Parsifal), heeft ze nu haar zesde plaat uitgebracht, het prachtige “Bury Him At The Crossroads”. De cd werd opgenomen in de Mad Dogs Studio in Burbank Californië, waar ook groten zoals Dwight Yoakam, Lucinda Williams en Buck Owens platen hebben opgenomen. De plaat werd geproduceerd door Canadees Colin Linden, die zijn sporen heeft verdiend in de band Blacky & The Rodeo Kings, maar ook een gerenommeerde producer en sessiegitarist is. Verder werkten op deze plaat mee keyboardspeler Richard Bell ( Janis Joplin) en echtgenoot van Janiva Magness, gitarist en saxofonist Jeff Turmes.

“Bury Him At The Crossroads” is geen doorsnee bluesplaat geworden.  De cd verkent de muzikale grenzen van de Chigago Blues (Magic Sam, JB Lenoir), de soul (Sam Cooke, Oliver Sain), gospel, folk en jump blues. Op bepaalde momenten doet de cd zelfs denken aan de laatste release van Buddy Miller, waar ook de gospel duidelijk in doorklonk. De plaat klinkt zeer goed, een verdienste van Colin Linden, die een ingetogen, maar rijk klankbeeld heeft gecreëerd, niet in de laatste plaats door het prachtig gitaarspel van Linden zelf. Jeff Turmes overtuigt eveneens op de plaat omdat hij zelfs met 5 nummers vertegenwoordigd is, allemaal songs in de meer swing / jazzy jump hoek. Met deze eclectische plaat (nummers van Robert Wilkens, Delbert McClinton) overtuigt Janiva Magness opnieuw. Voor bluesliefhebbers die over de (muzikale) grenzen heen willen kijken.

Thomas Kaldijk


Recensie 8-10-2004

Jake Brennan & The Confidence Men – Love & Bombs – Yep Roc Records / SonicRendezvous

In recensies vallen vergelijkingen met o.a. The Clash, George Jones, Bruce Springsteen, maar vooral Elvis Costello en Graham Parker.

Op “Love & Bombs” is inderdaad een veelheid aan stijlen te horen die herinneringen aan bovengenoemde artiesten oproepen, zonder te willen zeggen dat Jake Brennan slechts een volger is, in tegendeel. Deze rootsrocker uit Boston, die in het verleden in de punkband Cast Iron Hike speelde, heeft deze plaat in drie dagen opgenomen in de nieuwe studio van producer Paul Kolderie (Radiohead / The Pixies / Joe Jackson). Eerste track “Shake ‘Em On Down” is een heerlijke Stones achtige rootsrocker, terwijl een nummer als “Believe Me” niet op een Elvis Costello plaat zou misstaan. “ Two Of A Kind” (een duet met Sarah Borges) heeft een folkcountry achtige Graham Parker ondertoon. “Sarah’s Got A New Favorite Song” is een prachtige dromerige ballad, wat ook geldt voor het nummer “She Got Everything And You Got Me”, dat helaas verstoord wordt door een heus valse gitaarsolo.

Kant B! begint met twee fantastische Engels klinkende rock songs in de beste Clash / Costello traditie: “Annie May” en “It Was Always So Easy”. Laatste deel van de plaat eindigt rustig en laat Jake Brennan merken een uitstekende singersongwriter te zijn die ook het akoestische werk beheerst.

“Love & Bombs” is in alle opzichten een geslaagd debuut van Jake Brennan die met deze plaat wellicht hét debuut van 2004 heeft gemaakt. Voor liefhebbers van het betere rootswerk (zie voorbeelden aan het begin).

Thomas Kaldijk


Recensie 01-10-2004

John Németh – Come and Get It – www.johnnemethblues.com

Zo nu en dan kom je een blues cd tegen die je compleet verrast. De laatste keer dat me dat overkwam was met de cd van Little George Sueref. John Németh slaagt net als Sueref erin het authentieke vijftiger jaren Rhythm and Blues geluid te transformeren naar het heden. Nergens klinkt de plaat geforceerd modern en de soepele soulvolle zangstijl van Németh versterkt het ‘ouderwets’ geluid. Er worden zelfs vergelijkingen gemaakt met Ray Charles, Junior Parker en Fats Domino.

John Németh zit zo’n tien jaar in het vak en speelde een tijd in de band van Junior Watson. Hoewel hij op eigen benen staat wordt hij nog steeds gesteund door Watson, want op “Come and Get It” wordt Németh begeleid door de band van Junior Watson, een bluesgrootheid uit Californië.

Op de plaat staan o.a. covers van Magic Sam, Fred Carter, Fats Domino, W.C Handy en Charlie Parker! Zelf schreef Németh vier nummers die qua sound en arrangement in het verlengde liggen van de covers. Ook de soul en rhythm and blues komen volledig aan hun trekken op deze heerlijke cd, die van de New Orleans stijl van Fats Domino net zo gemakkelijk overgaat in de Chigago sound van Magic Sam en weer in Louisiana eindigt met het Excello geluid van Jay Miller in Crowley. Soul, blues en rhythm and blues liefhebbers die een authentiek geluid, een soulvolle stem en prachtig mondharmonika spel waarderen zitten bij John Németh aan het juiste adres. Komt vast en zeker terug in de lijst met beste blues cd’s van 2004.

Thomas Kaldijk