|
|
|
|
Recensie 25-11-2005 The Juke Joints – “Let It Roll” – Rounder EuropeMet “Let It Roll” bevestigt The Juke Joint uit Zeeland hun leidende positie in het Nederlandse bluesgenre. De band bestaat reeds 22 jaar en “Let It Roll”is hun tiende plaat. Strak en vet geproduceerd, veel variatie in de songkeuze en met gastmuzikanten Tineke Schoemaker en Han van Dam (beide Barrelhouse), Marcel Scherpenzeel (slidegitaar op “Let It Roll” en “I’m In The Mood”) en David Snel (drums op “I’m In The Mood”) is “Let It Roll” een lust voor het bluesoor. Natuurlijk krijg je de geijkte boogie rock and rollin’ blues waar The Juke Joints patent op hebben zoals in “Million Miles From Nowhere”, “Let It Roll” (met een geweldige gastrol voor Marcel Scherpenzeel), “Treat My Baby”, het door Dave Alvin geschreven “Marie Marie” (met mooi accordeonwerk van Sonnyboy vd Broek) en de bonustracks “Out Of The Blue”en “Boogie At Midnight”. Wat de plaat boven zichzelf doet uitstijgen zijn met name de bijdragen van Tineke Schoemaker en Han van Dam die een flinke scheut rhythm and blues toevoegen. In “Louella” (Marcia Ball) en “99 Pounds” (Don Bryant) hoor je soul op zijn best en laten The Juke Joints horen dat ze meerdere stijlen tot in finesse beheersen. In de twee instrumentale nummers “Blues For The Soul” en “The Rumble”excelleren met name gitarist Michel ‘Boogie Mike’ Staat en harmonikaspeler Sonnyboy vd Broek. Prachtige Chigagoblues in “Double Talk”, “I’m In The Mood” (opnieuw prachtig slidewerk van Marcel Scherpenzeel) en “You Got To Move”, een verrassende uitvoering van het Steve Earle nummer “Steve’s Last Rumble” dat The Joints volledig naar zich toetrekken en natuurlijk is er ook weer de Rory Gallagher connectie, de grote inspirator van met name drummer Peter Kempe. “Bullfrog Blues” krijgt een zeer verrassende uitvoering met Peter Kempe op mandoline en “Going To My Hometown” heeft zelfs een Zeeuwse vertaling gekregen. Het heet nu “ ‘K Gae Wee Naer Uus Toe’ en werd vertaald door Hans de Vos, een plaatsgenoot uit Kwadendamme. In een Zeeuwse krant laat Peter Kempe optekenen dat ze de 25 jaar zonder problemen vol zullen maken. Als dit met platen als “Let It Roll” gepaard kan gaan dan mogen ze er wat mij betreft nog heel wat jaren meer aan vast plakken. 18 maart spelen ze in Groot Café Janssen en Janssen in Veendam. Ga ze zien!!!!!!!! Thomas Kaldijk recensie 18-11-2005 Will Webb – “Room To Room” – Bonnie June RecordsIn 2003 verscheen Will Webb’s debuutplaat “Name of The Train” en was één van dé verrassingen van dat jaar. Een laatbloeier deze Will Webb, geboren op 23 september 1953 in de buurt van Philadelphia. Het gezin verhuisde al vrij snel naar Kentucky en werd Will beïnvloed door de platen van zijn ouders: The Carter Family en Jimmy Rodgers. Daar kwamen later Elvis, Johnny Horton en The Four Tops bij. Toen hij op veertienjarige leeftijd Bob Dylan’s “Highway 61 Revisited” hoorde veranderde alles voor Will. Hij ging zich bekwamen in het maken van gedichten en ging zijn eigen werk in allerlei clubs in Philadelphia declameren. In 1990 verhuisde hij naar Nashville en ging zich toeleggen op het schrijven van songs. Het was een eer voor Will dat niemand anders dan country legende George Jones een nummer van hem opnam: “Angels Don’t Fly” Nu is er dan zijn tweede plaat “Room To Room” en laat ik meteen met de deur in huis vallen, een wéreldplaat. Will Webb steekt niet onder stoelen of banken dat hij door Bob Dylan is beïnvloed en ook op “Room To Room” is dat goed te horen. Je krijgt een coctail met een flinke scheut Dylan, ingrediënten John Prine, Johnny Cash, Nick Lowe en deze roots coctail drinkt vervolgens heerlijk weg. Up-tempo nummers als “Like Fred Astaire”, “Real Live Scene” en “Wayward Son” zouden niet misstaan op een Dylan plaat, zowel qua intonatie als arrangement. Het titelnummer “Room To Room” heeft duidelijke John Prine connecties. Eén van de hoogtepunten is “To Cross The Great Divide” dat direct in het oeuvre van Johnny Cash had gepast. Het andere hoogtepunt van de plaat is de fraaie ballad “In His Hands” dat zo weggelopen zou kunnen zijn van een Nick Lowe plaat. Al deze vergelijkingen laten onverlet dat er maar één man schittert op deze geweldige plaat. Will Webb zal met “Room To Room”zeer hoog eindigen in mijn top tien lijst van 2005,wellicht………. Thomas Kaldijk recensie 11-11-2005 Julian Fauth – “Songs Of Vice And Sorrow” – Electro – Fi / ParsifalHet Electro-Fi label uit Toronto werd in 1996 opgericht door Andrew Galloway en Gary Collver. Laatstgenoemde is verantwoordelijk voor de foto’s van de cd hoezen en Galloway is meer de artistiek leider van het label. Hij produceerde ook de debuutplaat voor het label van de jonge bluespianist Julian Fauth. “Songs Of Vice And Sorrow” is een ouderwetse Barrelhouse bluesplaat in de geest van Memphis Slim en Sunnyland Slim. Julian Fauth’s vader werkte bij een radiostation en toen Julian zes jaar was nam vader Fauth de plaat “The Golden Blues Hour” mee naar huis en liet die aan Julian horen. Van Mississippi Hurt tot Buddy Guy, maar ook Memphis Slim. Julian Fauth was vanaf dat moment verslaafd aan de blues en is dat tot op de dag van vandaag. Op “Songs Of Vice And Sorrow” worden gastbijdragen geleverd door harmonikaspeler Paul Reddick en guitarist Mel Brown. Fauth is behalve piano ook op gitaar te horen en doet dat indrukwekkend op het eerste nummer “Cobalt” met Paul Reddick op harmonika. “Running” is een jazzy swing nummer met weer Paul Reddick op harmonika en Fauth dit keer op piano. “Red Richard”is een lekkere shuffle, terwijl “When My Mother Died” een trage slowblues is met Mel Brown op gitaar. “Suicide Note” is eveneens een tragisch nummer met alleen piano begeleiding. In “Big Brazos”, Highway 61”, “Flying Crow”, “Caving In” en Mojo Boogie” gaat het tempo weer omhoog en is de stijl weer jaren vijftig swing rhythm and blues. Toen Julian Fauth onlangs in Chigago optrad, was daar de legendarische Henry Townshend aanwezig die de wijze woorden sprak: “Boy’s Got The Idea”. We krijgen niet zo vaak een piano barrelhouse bluesplaat te recenseren, maar dankzij Nico Mertens van het Belgische Parsifal kregen we een vervroegd sinterklaas cadeau. In het pakket o.a. deze fraaie cd van Julian Fauth. Thomas Kaldijk Recensie 04-11-2005 Mississippi Heat – “Glad You’re Mine” – Crosscut RecordsCentrale figuur in deze bluesband uit Chigago is de Belg Pierre Lacocque, die in 1969 samen met zijn broer Michel (manager) naar Amerika emigreerde. De band werd in 1991 opgericht en belichaamt met name de authentieke Chigago blues. “Glad You’re Mine” is de zesde plaat van de band en hun derde voor het sympathieke Duitse label Crosscut Records.Behalve voor harmonika speler Lacocque, is een andere hoofdrol weggelegd voor zangeres Inetta Visor, één van Chigago’s beste (onontdekte) zangeressen. Op de plaat staan negen originele songs, twee covers van soulzangeres Denise LaSalle en een bewerkte versie van de Muddy Waters kraker I’m A Man, getiteld I’m A Woman. De plaat trapt af met het bijtende ‘Dirty Deal’, met glansrollen voor gastgitarist Carl Weathersby en harmonikaspeler Pierre Lacocque. ‘Heartless Fool’ is soulblues op zijn best en ‘She Ain’t Your Toy’ is een swingend bluesrock nummer met een fraaie slidesolo van guitarist Steve Doyle. Titelnummer ‘Glad You’re Mine’ is een fantastisch tijdloos swampsoul nummer dat zo in de vijftiger jaren in New Orleans opgenomen had kunnen worden, met weer die dekselse Lacocque met een fraaie harmonika solo. Ook in ‘Cool Twist’ komt de huppelende New Orleans om de hoek kijken en is ‘Give Me Yo’ Most Strongest Whiskey’ een shuffle in de beste Chigago traditie. Kortom een uitstekende bluesplaat, met ook een flinke dosis rhythm and blues en dat is een combinatie die er bij mij altijd ingaat. Niet vernieuwend, maar steunend op vertrouwde blueswaarden is “Glad You’re Mine’ één van de betere bluesreleases dit jaar. Thomas Kaldijk
|