Recensie 26-11-2004

The Blind Robins – “The Origin Of The Wasteland” – Rolling Blackout Records

Op de valreep van 2004 viel er de afgelopen week een zeer prettige muzikale verrassing op de deurmat. De debuutplaat van The Blind Robins is na een paar draaibeurten niet meer uit de cd speler te krijgen en is een aanstekelijke mix van ‘harddrivin’countryfolkrockpunk’.

De standplaats van de band is Rockford Illinois en zanger Michael Whyte, bassist Bob Vodick en drummer Dave Fleming kennen elkaar al jaren uit eerdere bands als Pine Cone (countryrock) en Aquavit (pop georiënteerd).

Met de komst van jonge hond / pedal steel speler Adam Davis uit Philadelphia kregen The Blind Robins een nieuwe impuls en viel alles op zijn plaats.

De songs hebben geweldige melodielijnen, maatschappijkritische teksten en worden energievol over het voetlicht gebracht. Zanger Michael Whyte heeft in de verte de intonatie van Mick Jagger en liggen ook invloeden van CCR en The Clash op de loer.

Op twee nummers na werden alle songs geschreven door Michael White. Het instrumentale “Whorehouse” is een band song (kennen we de band Redwing nog uit begin jaren ’70?), terwijl “Campaigner” geschreven werd door Neil Young.

Met name de pedal / lapsteel bijdragen van Adam Davis geven de songs een verfrissende muzikale aankleding, vooral in de snellere ‘punkachtige’ songs als “That Goddamn Herbert Hoover”, Tom Paine’s Bones en “Buy Sell Pawn”. Als extra toetje krijg je er ook nog een van de beste traditionele country songs van 2004 cadeau bij. Het door Michael Whyte geschreven “Cry Wine” is een aanstekelijke countrysong die je de hele dag blijft neuriën.

Ga naar www.theblindrobins.com en lees meer informatie over deze veelbelovende band. Het zit er dik in dat ze in mijn favoriete lijst van 2004 terugkomen.

Thomas Kaldijk


Recensie 19-11-2004

Al Basile – “Blue Ink” – www.albasile.com

Al Basile werd in 1948 geboren in het plaatsje Haverhill / Massachussets. Groeide op met de jazz platen thuis en zag Louis Armstrong live aan het werk. Hij werd aangetrokken door de trompet en ging privé lessen volgen.

Eind zestiger jaren vestigde Al Basile zich in Providence , Rhode Island en verkeerde in de kringen rondom jazz musicus Scott Hamilton en bluesgitarist Duke Robillard.

In 1973 werd Al Basile lid van de legendarische bluesband Roomful Of Blues, bekend van de uitgebreide blazerssectie. De band was opgericht door gitarist Duke Robillard en Al werd de eerste trompettist in de band en bleef dat tot 1975.

De carrière van Duke Robillard loopt als een rode draad door het muzikale leven van Al Basile. Na zijn periode bij Roomful Of Blues werd hij schrijver, dichter , sessiemuzikant en speelde op vele platen van Duke Robillard. Schreef bovendien veel nummers voor hem en daarom is het niet  verwonderlijk dat vervolgens Duke Robillard de soloplaten van Al Basile ging produceren.

Net is zijn vierde solo plaat verschenen, het volledig bluesgetinte “Blue Ink”. Kwamen we op zijn vorige platen nog soul (“Shaking The Soul Tree”) en jazz invloeden (“Red Breath”) tegen, op “Blue Ink” is alles blues wat de klok slaat. Behalve voor stergitarist Robillard is ook een muzikale hoofdrol weggelegd voor mondharmonikaspeler Jerry Portnoy. Portnoy was de laatste harmonikaspeler in de band van Muddy Waters en is o.a. ook te horen op de laatste bluesplaat van Eric Clapton, “Me and Mr Johnson”.

Alle dertien nummers werden geschreven door Basile zelf en variëren van down home Chigago Blues, acoustische Mississippi delta blues tot calypsoachtige New Orleans Rhythm and Blues. De sfeer van de plaat is ingetogen en de band is in topvorm. Enige punt van kritiek is de stem van Al Basile, die wat vlak overkomt. Qua intonatie heeft hij iets van Donald Fagen / Steely Dan, maar zijn jazz achtergrond zal daar niet vreemd aan zijn.

Verder is er niets mis met deze uitstekende bluesplaat van Al Basile. Het is te hopen dat een goede distributeur deze plaat in Europa wil uitbrengen. Deze rasmuzikant verdient het.

Thomas Kaldijk


Recensie 12-11-2004

Walt Wilkins – “ Mustang Island” – CoraZong Records

Walt Wilkins werd geboren in San Antonio, maar groeide op in Austin. Tegenwoordig is Nashville zijn domicilie en is daar een gerespecteerde songschrijver.

Ricky Skaggs, Kenny Rogers en Pat Green namen nummers van hem op, maar op “Mustang Island” bewijst hij zelf ook een uitstekend uitvoerend artiest te zijn. In Texas is hij een cult figuur en treedt in de voetsporen van illustere mensen als Robert Earl Keen, Guy Clark en Townes van Zandt.

Walt Wilkins is behalve muzikant ook professor en heeft zijn medewerking aan vele film - en televisieproducties verleend, maar zelf muziek maken blijft zijn passie. De plaat werd geproduceerd door Wilkins zelf, in samenwerking met zijn compagnon en violist Tim Lorsch. Twaalf stukken zijn op “Mustang Island” te beluisteren, inclusief een ‘ghost’ song. Op twee covers na (van Michael Nesmith en Kevin Welch) schreef Walt Wilkins de nummers zelf, meestal in samenwerking met anderen. Meestal ingetogen stukken in de beste Texas singer -songwriters traditie. Prijsnummers voor mij zijn “We’ve All Got Our Reasons” , “Priviliges Of Youth” en met name het ruim zeven minuten durende “Tonight I Might”. Zoals gezegd ademt de plaat een ingetogen sfeer uit, waarop met name de ballads excelleren. Met “Mustang Island” zet Walt Wilkins de traditie van de Texaanse troubadour voort.

Rest me nog te zeggen dat het Nederlandse CoraZong uit Beverwijk de plaat heeft uitgebracht. Hulde daarvoor.

Thomas Kaldijk


 recensie 05-11-2004

Swamptones – “Swamp Fiesta” – www.swamptones.de

Roots muziek is internationaal. Dat bewijst de Duitse band ‘Swamptones’ met hun tweede plaat “Swamp Fiesta”. Zelf noemt deze groep uit de regio Köln hun muziek ‘Louisiana Party Music’ en daar is niet één woord verkeerd aan.

De band bestaat sinds 1999 en heeft al met vele groten uit de Rhythm and Blues, Zydeco en Blues wereld op één podium gestaan. Ze toerden met o.a. Dr John, Chubby Carrier, Buckweat Zydeco en Katie Webster, maar hun grootste inspiratiebron is New Orleans blues en swampartiest Jumpin Johnny Sansone.

Op hun in 2001 verschenen debuutplaat “Hot Sauce, Beads & Voodoo Dolls”vertolkten ze het Sansone nummer “Crawfish Walk”, waar Jumpin Johnny Sansone zeer vereerd mee was.  Toen hij in 2003 op tournee was in Europa nam hij de uitnodiging daarom ook direct aan toen de Swamptones hem vroegen een bijdrage aan hun nieuwe plaat te willen leveren.

Op “Swamp Fiesta” horen we Jumpin Johnny Sansone op vijf van de twaalf nummers als zanger en / of mondharmonikaspeler en worden twee songs van hem gecovered. Het springende, New Orleans blues getinte ‘She Said, You Said, I Said’ met uitstekend scheurend harmonikaspel van Sansone en het ruim zes minuten durende ‘Lost In The Bayou’ een swampblues ballad met afwisselend heerlijk accordeon en harmonikaspel van respectievelijk Heiner Koop en Jumpin Johnny Sansone.

Laten we de rest van de band niet  vergeten: accordeonist Heiner Koop, gitarist Guido Lehmann, Saxofonist Thomas Feldmann, Chris Keul op rubboard, bassist Jurgen Orzelski en drummer Stefan Lammert maken van “Swamp Fiesta” een echt feest en bewijzen dat ook Europeanen deze muziekstijlen beheersen. Heiner Koop en Guido Lehmann schrijven bovendien zelf originele songs die niet onder doen voor coverversies van oa. Lynn August en Doc Pomus. Uit recensies blijkt dat ze elk festival op de kop weten te zetten en na het beluisteren van “Swamp Fiesta” begrijp je waarom: uitstekende muzikanten die respect tonen voor hun roots en dit op hun eigen originele manier verwerken. Feestband van het Jaar.

Thomas Kaldijk