|
|
|
|
Recensie 25-02-2005 Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion – Exploration – New West Records / SonicRendezvous Sarah Lee Guthrie, kleindochter en dochter van respectievelijk Woody en Arlo Guthrie, begon niet direct met professioneel muziek maken. Na haar High School periode werkte ze een poosje als toer manager bij haar vader. In die hoedanigheid kwam ze in aanraking met mensen als The Greatful Dead en The Black Crowes. Via Chris Robinson, voorman van The Crowes belandde ze in Los Angeles, waar op voorspraak van diezelfde Chris Robinson ook Johnny Irion naar toe was verhuisd. Irion (uit South Carolina) had met zijn groep Dillon Fence met The Black Crowes getoerd en was bevriend geraakt met Robinson. Om een lang verhaal kort te houden: de vonken vlogen over en in 1999 trouwde het paar en vertrokken Sarah en Johnny naar Columbia, South Carolina. Sarah had inmiddels gitaar leren spelen en brachten ze in 2001 ieder een soloplaat uit, die beide uitkwamen op het Arlo’s Rising Son label. Vele optredens volgden en nu in 2005 ligt hun eerste gezamenlijke plaat Exploration in de winkel. Geproduceerd door Gary Louris van The Jayhawks en muzikaal ingevuld door o.a. ex leden van Son Volt en Zeke Hutchins (vriendje van en drummer bij Tift Merritt) op drums. Een gevarieerde plaat: ingetogen countryfolk zoals ‘Cease Fire’ met prachtig dobrospel, ‘In Lieu Of Flowers’ in de beste Gram / Emmylou traditie, Mornin’s Over (Sarah solo), maar ook heftige gitaar countryrock in het nummer ‘Gervais’ of Dylaneske folk in het door Irion geschreven ‘Kindness’. Sleutelnummer van de plaat is echter ‘Exploration’ met een enorme dynamiek van ingetogen folk dat overgaat in stevige gitaarrock en weer folky eindigt. Maar steeds is er weer die messcherpe samenzang die deze plaat er bovenuit laat stijgen. Meer dan 35 jaar na dato wordt nog regelmatig verwezen naar het gouden duo uit de begintijd van het countryrock tijdperk. In 2005 komen Sarah Lee Guthrie en Johnny Irion daar griezelig dichtbij. Thomas Kaldijk Recensie 18-02-2005 Billy Jones – “Tha’ Bluez” – Black & Tan Records / Music & WordsHet Apeldoornse label Black & Tan van Jan Mittendorp timmert flink aan de weg. Op de website wordt vermeld dat met name de zangkwaliteiten en de teksten de doorslag geven om voor een contract in aanmerking te komen. In de blues visie van Black & Tan zijn de gitaar en de mondharmonika slechts ondersteunend aan de vocale kwaliteiten. Bij dit label hoeft men dus geen ‘guitar heroes’ of ‘mondharmonika wizzards’ verwachten. Dat is ook het geval met Billy Jones, een nieuwe ontdekking uit Little Rock Arkansas. Deze zoon van een bluescafé eigenaar werd de blues met de paplepel ingegoten. In het café traden blueshelden op als Howlin’Wolf, Sonny Boy Williamson en Bobby ‘Blue’ Bland. Niet verrassend dat Billy ook de bluesgitaar ter hand nam en in allerlei bluesbandjes ging spelen. Hij heeft met velen uit de soulblueswereld opgetreden en / of opnames gemaakt zoals Willy Clayton, Denis LaSalle, The Bar-Keys, Willie Cobb en Chuck Willis. In december 2004 kwam hij over naar Nederland om in de Cortez studio in Utrecht “Tha’ Bluez op te nemen. Kern van de studioband waren The Sunset Travellers en als producer fungeerde Erik Spanjers (JW Roy / Malford Milligan). ‘Tha’ Bluez is een uitstekende soul / blues plaat geworden die het muzikaal terrein van pakweg Howlin’Wolf, Otis Clay, Robert Cray en Prince bestrijkt. Afgetrapt wordt met “Come Back Tonight” een soulbluesnummer in de beste Chigago soul traditie. Het funky “I Like It Like That’ heeft een Al Green feeling met een belangrijke rol voor het ritme tandem Gabriel Peeters en Nico Heilijgers. ‘Da Cemetry Bluez’ en ‘At Da Crossroads’ hebben een heerlijke funky beat. Mijn favoriete nummers zijn “Make Love Tonight’ dat een Sam Cooke feel heeft , ‘Ain’t That A Shame’ , een prachtig soul nummer met een hoofdrol voor de Hammond orgel van Roel Spanjers en ‘Da Love Doctor’ met een traditioneel Chigago blues gevoel. Alle veertien nummers werden geschreven door Billy Jones zelf. Met de inbreng van de Nederlandse ‘Muscle Shoals’ studioband is “Tha Bluez” een verrassende ‘nieuwe’ blues cd van deze outsider uit Amerika. Met dank aan Jan Mittendorp en de Nederlandse inbreng van The Sunset Travellers en producer Erik Spanjers. Thomas Kaldijk Recensie11-02-2005 Ronny Elliott – “Valentine Roadkill” – Blue Heart Records / SonicRendezvousZo langzamerhand mag je Ronny Elliott wel een ‘living legend’ noemen. Al meer dan veertig jaar zit hij in de muziekbusiness en maakte in die hoedanigheid al kennis met Elvis, Jimmi Hendrix, Gene Vincent en Chuck Berry. Geboren 1947 in Birmingham Alabama, verhuisde hij op zesjarige leeftijd met zijn moeder en grootmoeder naar Tampa Florida, waar hij nog steeds woont. Speelde in 1967 met zijn band ‘Local Bear’ in het voorprogramma van Jimmi Hendrix, begeleidde met een andere band, ‘Duckbutter’, zowel Gene Vincent en Chuck Berry en maakte in de zeventiger jaren zelfs even deel uit van de bekende countryrockband ‘The Outlaws. In 1995 besloot hij op het solopad te gaan en bracht met zijn band The Nationals zijn solodebuutplaat uit getiteld “Ronny Elliott and The Nationals”. Tien jaar later is er nu zijn achtste plaat en is net als zijn vorige platen onweerstaanbaar goed. Zelf noemt hij het ‘hillbilly soul music’. Echte verrassingen hoeven we op muzikaal gebied niet verwachten, maar de arrangementen, de teksten en de kleurrijke muzikale omlijstingen maken “Valentine Roadkill” weer tot een topproductie. Er worden vergelijkingen gemaakt met Johnny Cash, Guy Clark en Townes van Zandt, ik wil daar namen aan toe voegen van Leonard Cohen, Bob Dylan ,Chip Taylor en soms Van Morrison. Verhalende teksten over Phil Spector (“Do Angels Ever Dream They’re Falling”), Lord Buckley en Hank Williams (“When Idols Fall”), Edison (“Mr Edison’s Electric Chair”). Het gebeurt weer op die bekende verhalende, declamerende toon van Elliott. Muzikaal kleurrijk ingevuld met o.a. saxofoon en pedal steel luistert deze plaat genoeglijk weg en net als zijn vorige plaat “Hep” is dit weer een kanshebber voor de eindlijst. Een plaat die even tijd nodig heeft om te settelen, maar je dan niet meer loslaat. Een cd voor gevorderden. Thomas Kaldijk Trudy Jane werd geboren in Montreal, maar heeft nu haar domicilie in Kelowna British Columbia. Vanaf 1988 is ze in de muziek bezig en na vele talentenjachten te hebben gewonnen, is ze nu een gevestigde naam in West Canada. Ze trad op met bekende bands als The Cruzeros en Farmer’s Daughter en heeft radio en televisie optredens achter de rug. Kelowna is ook de thuishonk van The Cruzeros (haar favoriete band) en het is dan ook niet vreemd dat Barry Mathers, voorman van die band voor de productie heeft gezorgd. Ook de muziek ligt in het verlengde van genoemde groep: vlotte New Country, afgewisseld met gevoelige Americana oftewel The Cruzeros meet Heather Myles. Zes van de twaalf nummers zijn van de hand van Trudy Jane zelf, de andere schreef ze samen met Barry Mathers. De titel van de cd geeft precies aan waar de teksten over handelen: loving, cheating en leavin’. Vlotte melodielijnen, perfect voor lange autoritten. Track 11, het nummer “I Will” is het prijsnummer van de plaat. Beginnend met een aan Clarence Clemons verwante saxofoonsolo en de accordeon op de achtergrond is dit nummer een treffend voorbeeld van ‘feel good’music. Niks spectaculair, gewoon een goede countryplaat van deze onbekende dame uit Kelowna. Ben nu ook benieuwd geworden naar de nieuwe plaat van The Cruzeros, ‘Scandalosa’, die op het punt van uitbrengen staat. Thomas Kaldijk
|