|
|
|
Recensie 25-05-2007 Mavis Staples – “We’ll Never Turn Back” – Ant- / EpitaphMavis Staples heeft reeds een indrukwekkende carrière achter de rug. De in 1939 geboren Staples was leadzangeres van de legendarische The Staples Singers die verder bestond uit vader Roebuck ‘Pops’ Stables en haar zussen Cleotha, Yvonne en broer Pervis. Pops Stables verkeerde in de kringen van dominee Martin Luther King en ook Mavis maakte kennis met Luther King als ook met president Kennedy en president Carter. Het was de tijd van de rassen segregatie in de jaren vijftig en zestig. Vanaf eind jaren zestig begon Mavis eveneens met een solocarrière die begon bij het legendarische Stax label in Memphis. Later volgden ook nog opnames voor het Curtom label van Curtis Mayfield en is Mavis ook op plaatopnames met o.a. Bob Dylan, Los Lobos en Aretha Fraklin te horen. “We’ll Never Turn Back”, haar nieuwste (gospel) plaat werd geproduceerd door Ry Cooder en verder werd er aan de plaat meegewerkt door drummer Jim Keltner, bassist Mike Elizondo en (zoon) Joachim Cooder op percussie. De achtergrondvocalen werden verzorgd door Ladysmith Black Mambazo, bekend van Paul Simon’s “Graceland” en de Freedom Singers. Zoals Mavis in het begeleidend inlegboek schrijft is deze cd een protestplaat tegen de slechte omstandigheden waarin ‘zwart’ Amerika opnieuw verkeert. Net als in de jaren vijftig en zestig waar ‘freedom songs’ zoals “Why Am I Treated So Bad” / “When Will We Be Paid For The Work We’ve Done” en “Long Walk To DC” door de Civil Rights Movement gebruikt werden als hart onder de riem moet “We’ll Never Turn Back” ook hetzelfde gevoel oproepen. Of zoals Mavis zelf uitlegt: ‘Here is it is, 2007 and there are still so many problems and social injustices in the world. We’ve got to keep pushing to make the world a better place. Things are better but we’re not where we need to be and we’ll never turn back’. “We’ll Never Turn Back”, is een indrukwekkende gospel plaat geworden met een prachtige productie van Ry Cooder. Een plaat met een boodschap…..tijdloos. Thomas Kaldijk Recensie 11-05-2007 Eugene Hideaway Bridges – Self Titled – Armadillo RecordsEugene Hideway Bridges komt oorspronkelijk uit Louisiana en speelde reeds op vijfjarige leeftijd samen met zijn vader , bluesgitarist Hideaway Slim. Zijn moeder draagt de naam Bullock en is in de verte familie van Anna Mae Bullock, oftewel Tina Turner. Met zijn broers vormde hij The Bridges Brothers en het was met name gospel dat op het repertoire stond. Na zijn verhuizing naar Texas speelde hij achtereenvolgens in The New Chosen Singers en The Mighty Clouds Of Joy, eveneens gospelgroepen. Na het oprichten van The Eugene Hideaway Bridges Band stak hij de oceaan over en probeerde zijn muzikantengeluk in Europa. In Parijs werd hij ontdekt door de bassist van BB King, Big Joe Turner en die vroeg hem gitarist, bandleider te worden van The Big Joe Turners Memphis Blues Caravan. Na een jaar besloot hij verder te gaan met The Eugene Hideaway Bridges Band en dat heeft tot nu toe tot vier platen geleid. De vijfde, simpel “Eugene Hideaway Bridges” getiteld is een eerbetoon aan zijn jeugd. Op deze geweldige cd horen we een heerlijke mix van gospel, soul en rhythm & blues die in de verte doet denken aan het betere werk van Sam Cooke. De plaat werd opgenomen in Londen, Australië en Singapore en wat opvalt is de kleine bezetting met gastmuzikanten. Op pedalsteel horen we b.v. Lucky Oceans, medeoprichter van Asleep At The Wheel. Verder zijn er bijdragen van de Australische gitarist Ian Moss, Clayton Doley op Hammond orgel en verrassend de Texaanse singersongwriter Ray Wylie Hubbard, die in het prijsnummer “Ain’t Got Time” een slide bijdrage levert. Zoals gezegd een unieke mix van gospel, soul en rhytm & blues, overgoten met een americana sausje. Luister en huiver met name naar het vijfde nummer “Baby Your Love”. Veel beter zul je het dit jaar niet horen. Jaarlijst kandidaat. Thomas Kaldijk Recensie 05-05-2007 Walker Diver – “Junior Blues” – Off The RecordsEn weer is ons land een talentvolle rootspop formatie rijker. De Utrechtse band Walker Diver komt drie jaar na hun debuut “White Knuckle Ride” met de belangrijke , tweede plaat “Junior Blues”. Bandleider Stefan ’t Hooft schreef alle muziek en teksten en de songs variëren van vurige gitaarrock naar melodieuze country en bluegrass. Dat de plaat drie jaar op zich heeft laten wachten kwam enerzijds door een aantal personeelswisselingen in de band anderzijds werd voor een werkwijze gekozen waarbij de nummers eerst als demo werden opgenomen. Deze opnames, opgenomen onder productionele leiding van Marco van Moort (ook verantwoordelijk voor Harold K’ “Mengsmering”) bevielen dermate goed dat een aantal van die nummers de uiteindelijke cd versie hebben bereikt. “Junior Blues” slaat tekstueel op adolescentenleed waarbij het ‘blue’ gevoel dat je in je tienertijd voelde in het niet valt bij de grote mensenproblemen van de dertigers en veertigers; kortom de blues is van alle leeftijden. Zoals gezegd is de muziek in twee stijlen te onderscheiden: de vurige gitaarrock in de stijl van REM / Energy Orchard (“Fugitive” / “I’m Not So Bad” / “Anodyne” / “Ten Years” / “Back Into The Blue”) en de meer melodieuze country getinte songs (“Captain Kirk” / “Junior Blues” / “Mary, Mary”). Prijsnummer vind ik zelf de ultieme poproots song “Life Of Crime” die zelfs potentiële hitgevoeligheid bezit. Na het uiteenvallen van The Yearlings is Utrecht en de rest van rootsminnend Nederland weer een talenvolle band rijker. “Junior Blues” is één van de beste Nederlandse producties van dit jaar. Ben zeer nieuwsgierig naar hun live optredens. Thomas Kaldijk |