|
|
|
|
Recensie 28-05-2004 Eddie Hinton – Playin’ Around, The Songwriting Sessions Volume 2 – Zane Records / Munich Peter Thompson, eigenaar van Zane Records is een echte muziekliefhebber. Al vijftien jaar is hij bezig het werk van de grootste blue eyed soulzanger , Eddie Hinton, ( postuum) uit te brengen. Insiders weten al lang dat Eddie Hinton een fantastische sessiegitarist, songwriter en uitvoerend artiest was, die op vele legendarische (soul) sessies heeft gespeeld. Na de dood van Otis Redding vroeg zijn weduwe, Zelma Redding, Eddie om haar kinderen te leren zingen. Bob Dylan had groot ontzag voor zijn talenten en ook Bruce Springsteen stak niet onder stoelen of banken dat hij een grote fan was. Van 1967 tot 1971 was Eddie Hinton sessiegitarist in The Muscle Shoals Sound Studio, in de creatieve hoogtijdagen van de southern soul. Hij schreef nummers voor Percy Sledge, Aretha Franklin, Bobby Womack, John Hammond en Dusty Springfield. Toen Elvis Presley een country album opnam was Eddie erbij en bijzonder trots was hij toen hij zijn helden Joe Tex en Bobby Womack bij plaatopnames mocht begeleiden. De nummers die hij schreef nam hij meestal zelf eerst op als demo en deze sessies vormen het hart van Playin’ Around, The Songwriting Sessions Volume 2. Nogmaals wordt duidelijk dat Eddie Hinton, behalve een fantastische songschrijver, ook een groot uitvoerend artiest was. Zijn stem heeft dat schurende geluid dat de grote soulzangers zo uniek maakt. Soulslijpers als “Big City Woman”, Satisfaction Guaranteed”, “Help Me To Make It”, “Playin Around” en “A Man Ain’t A Man” maken deze cd een onmisbare schakel in het oeuvre van Eddie Hinton. In 1995 was hij bezig met de opnames van zijn studio cd “Hard Luck Guy”, die bijna voltooid waren. Hij woonde destijds weer bij zijn ouders. Hoewel Eddie Hinton gedurende zijn (korte) leven depressieve buien, drugs en alcoholproblemen had, was het toch een onverwachte schok dat hij op 28 juli 1995 levenloos in de badkamer werd aangetroffen. De muziekwereld was beroofd van de beste blanke soulzanger en songschrijver. “Playin’ Around, The Songwriting Sessions” bewijst dat opnieuw. Met dank aan Peter Thompson en Zane Records. Thomas Kaldijk Recensie 21-05-2004 The Seatsniffers – “Let’s Burn Down The Cornfield” – SonicRendezvous“Het is een killer van een cd” mailde Robbie Klanderman, PR man van SonicRendezvous, de Nederlandse platenmaatschappij waar deze cd is uitgebracht. Vorig jaar was ik al prettig verrast door hun live cd “Flavor Saver” en “Let’s Burn Down The Cornfield” gaat nog een stap verder. Deze Antwerpse roots / rockabilly / country / rhythm and blues band begon in 1995 en leverde tot nu toe vijf cd’s af en “LBDTC”is hun tweede bij SonicRendezvous. Ze deelden het podium met o.a. Doug Sahm, Bo Diddley, Dr John, Buddy Guy, Dave Alvin en The Paladins en zijn in Europa een veelgevraagde (festival) act. Zanger / gitarist Walter Broes is de belangrijkste songschrijver in de band en van zijn hand zijn tien van de veertien stukken. Het bluegrass!! nummer “Depression’s Got Me Again” schreef hij samen met Boyd Small; verder staan er covers op van Chan Romero (“I Want Some More”), Titus Turner ( “Sticks and Stones”) en Randy Newman (het titelnummer “Let’s Burn Down The Cornfield”). The Seatsniffers vinden hun muziakale inspiratie met name in de rock en rockabilly van de vijftiger en zestiger jaren en geven daar een eigentijdse touch aan. Rockabilly stompers, bluegrass, country (de prachtige single “It’ll Never Come To Light”), rhythm and blues ( het Bo Diddley achtige “Get High”) wisselen elkaar af, met daarbij ook een belangrijke rol voor saxofonist Roel Jacobs. Bassist Luc Houben en drummer Piet de Houwer (toepasselijke naam) completeren deze geweldige band die de vergelijking met legendarische bands als The Blasters en The Palladins glansrijk kan doorstaan. Voor mensen die straks een lange vakantietrip met de auto voor de boeg hebben: stop “LBDTC” in de cd speler en de tijd en kilometers zullen voorbijsnellen. En om op de eerste regel terug te keren: “LBDTC” is inderdaad een killer van een cd. Thomas Kaldijk Recensie 14-05-2004 Sam Myers – Coming From The Old School – Electro-Fi / ParsifalDe titel zegt het helemaal – Sam Myers is nog één van die levende legendes die het allemaal van nabij meegemaakt heeft. Geboren in Mississippi, komt hij in aanraking met de blues als hij in 1949 Chigago bezoekt. Daar ontdekt hij de muziek van Little Walter en James Cotton. Terug in Jackson, Mississippi gaat hij in King Mose & The Royal Rockers spelen. Met deze band neemt hij in 1957 zijn eerste nummer op voor het Ace label van Johnny Vincent “Sleeping In The Ground”. Eind vijftiger jaren speelt hij drums en mondharmonika als Dust Broomer in de band van Elmore James. In de tachtiger jaren verschijnt Sam Myers opnieuw in de schijnwerpers als zanger / mondharmonika speler in de band van de Texaanse bluesgitarist Anson Funderburgh and The Rockets. Na vijftig jaar vindt de bekroning van zijn indrukwekkende carrière plaats in de vorm van zijn eerste soloplaat “Coming From The Old School”. De plaat werd mede geproduceerd door Mel Brown, een bluesgitarist eveneens afkomstig uit Jackson Mississippi, maar nu residerend in Canada. Verder komen we op piano Michael Fonfara tegen (Lou Reed en Danny Brooks & The Rockin Revelators). Op “Coming From The Old School” staan 14 stukken, waarvan twaalf originele nummers van Myers zelf en twee covers: één van Sonny Boy Williamson ( “Ninety Nine” ) en één van Robert Lockwood ( “My Daily Wish” ). De plaat is een perfect staaltje Chigago blues en krijgt Myers alle ruimte om te excelleren. Wat opvalt aan de cd is het groot aandeel dat de slow blues krijgt. Van de veertien stukken zijn er acht slow blues nummers en zijn de resterende songs uptempo shuffles. Wie van onvervalste Chigago blues houdt en van goed gitaar- ( Mel Brown) en harmonikawerk (Sam Myers) doet er verstandig aan naar deze cd te luisteren. Sam Myers verdient het na vijftig jaar brede erkenning te krijgen die hij in blueskringen nu al geniet. Ook het onvolprezen Electro-Fi label van eigenaar Andrew Galloway uit Toronto moet nog genoemd worden. Dat mensen als Sam Myers en Snooky Pryor de kans krijgen om platen te maken is te danken aan labels, die geleid worden door liefhebbers en die de moed hebben om hun nek uit te steken. Hulde.
|