|
|
|
Recensie 30-03-2007 Egbert Meyers – “Bluebonnet Blues” – www.egbertmeyers.com Egbert Meyers is een Drentse singersongwriter die zijn carrière in de jaren zeventig begon met als inspiratiebronnen Hank Williams en Jimmy Rodgers. Daarna kwam zijn Drentse periode en maakte hij een drietal platen in zijn eigen Drents dialect. Zijn grootste held is Mickey Newbury en “Bluebonnet Blues” moet gezien worden als een eerbetoon aan deze grote Texaanse singersongwriter. In 2004 trad Egbert op tijdens een Mickey Newbury Gathering in Austin en toen werd het plan gesmeed om weer een Engelstalige plaat te maken. Egbert en Mickey Newbury kende elkaar alleen via e-mailverkeer, maar het contact was innig en emotioneel. Na de dood van Mickey Newbury in 2002 bleef Egbert Meyers contact houden met Susan Newbury en op één van zijn trips naar Austin maakt hij met Susan een autotrip door een Texaans landschap waar ook Mickey door aangegrepen werd. Langs de weg bloeiden paarse Bluebonnets, een lupine achtige plant en Mickey’s favoriete bloem. “Bluebonnet Blues” is een emotionele plaat geworden met teksten die handelen over ‘lost & love’. Het eerste ( “Bluebonnet Blues” )en het laatste nummer (“Front Porch Song”) zijn een eerbetoon aan zijn grote held en daar tussen songs die gaan over vader / zoon liefde (“Last Man To Stand”), Egbert’s respect voor de Indiaanse natives (“Eternal Pradise” en “Bury My Heart”) en songs die gaan over het verlies van dierbaren (“Jenny”, “When The Road Departs”). De nummers werden als basistracks opgenomen in Slochteren (Groningen) en Klazinaveen (Drenthe) door Egbert, Dirk Stelder, Mark Wester en Kees Hendriks en per internet naar Amerika verzonden waar ze verder werden aangevuld door geweldige sessiemuzikanten. Met name de bijdragen Sally van Meter op dobro en Marie Rhines op viool zijn prachtig en verder wordt er ook meegewerkt door Jonmark Stone op gitaar.“Bluebonnet Blues” kan elke vergelijking met platen uit Texas glansrijk doorstaan en op het gebied van singersongwriter is dit één van de mooiste platen van het jaar. Een plaat met emotie en allure. Thomas Kaldijk recensie 25-03-2007 The Twisters – “After The Storm” – Northern Blues Music / ParsifalThe Twisters is één van Canada’s beste bluesbands. Oprichter en mondharmonika speler Dave ‘Hurricane’ Hoerl komt oorspronkelijk uit San Francisco en leerde het muzikantenvak van legendarische West Coast harpisten zoals Rick Estrin en David Burgin. Hij speelde met vele groten in de blueswereld zoals Albert Collins, Mike Bloomfield, Percy Mayfield, Big Mama Thornton en Kenny “Blues Boss’ Wayne. Met deze laatste vertrok hij in 1982 naar Canada en besloot om zich daar in 1986 definitief te vestigen. Sinds die tijd geldt hij als Canada’s beste blues harmonika speler. “After The Storm” is de vierde plaat van The Twisters en is het sluitstuk van een emotionele periode in het leven van de band. In oktober 2005, op weg naar een optreden in Prince George, werd hun auto frontaal aangereden door een slippende vrachtwagen. Bassist James Taylor was op slag dood en drummer Matt Peace zeer ernstig gewond. David Hoerl en gitarist Brandon Isaak kwamen eraf met lichtere verwondingen, maar het einde van de band leek nabij. De hele bluesgemeenschap leefde met de band mee en uiteindelijk besloot men toch door te gaan. In Keith Picot werd een nieuwe bassist gevonden en ook drummer Matt Peace kwam er weer bovenop. “After The Storm” is een bluesplaat die liefhebbers van The Fabulous Thunderbirds en het geluid van Excello uit Louisiana zal bekoren. De mondharmonika van David Hoerl en de gitaar van Brandon Isaak vormen de hoofdbestanddelen van deze lekkere bluesplaat, aangevuld met de piano en orgel van Kenny “Blues Boss” Wayne. Traditionele blues die altijd weer lekker wegluistert. The Twisters zijn op moment van schrijven weer op toernee in Europa en in het bijzonder Nederland. Ga ze zien, deze beste bluesband van Canada. Na een moeilijke en emotionele tijd hebben ze het verdiend om gehoord te worden. Thomas Kaldijk Recensie 16-03-2007 Cole Mitchell – “Invictus” – Wasteland RecordsDeze tweede soloplaat van de uit Albuquerque New Mexico afkomstige Cole Mitchell sluimert al een tijdje in mijn huis. Bij elke draaibeurt wordt ik weer gegrepen door de songs die me qua songstructuur doen denken aan het beste werk van Fred Eaglesmith. Cole Mitchell, een man van het platteland groeide op met de country van Merle Hagggard, Johnn Cash en Hank Williams. Zijn vader was boer en ook Mitchell was voorbestemd om in de toekomst boer te worden. Toen hij via platen in aanraking kwam met de rock and roll en country kreeg zijn leven een heel andere wending. Hij besloot om muziek te gaan maken en vijftien jaar lang was Mitchell voorman van de countrypunk groep The Saddlesores. In 1992 werd Cole Mitchell aan beide ogen blind en ging hij verder als soloartiest. Zijn debuutplaat als soloartiest was getiteld “Bulletproof”, gevolgd door de in 2006 uitgebrachte en hier besproken “Invictus”. Van de tien nummers schreef Cole Mitchell er tien zelf; “Cold Light Of Day” schreef hij samen met gitarist Allen Appel. Drie van de tien songs zijn uptempo country songs met een lekkere twang: “Born To Lose”, “Bye Bye Baby” en “Lucretia Borgia”. De andere zeven nummers zijn langzaam tot mid-tempo en kenmerken zich door het prachtig gitaarwerk van Allen Appel en de prachtige samenzang tussen Mitchell en vocaliste Glenda June Fish. Verder dragen de accordeon van Barbara Basinger (“Van Gogh’s Moon”) en de orgel van Keith Werblow (“The Curse”) bij aan de prachtige en kleurrijke arrangementen van de songs. Kortom “Invictus” is een groeiplaat die bij elke draaibeurt beter wordt. Liefhebbers van Fred Eaglesmith zullen deze plaat zeker waarderen en ook de andere americana liefhebbers zullen verrast worden door deze prima plaat. Thomas Kaldijk Recensie 10-03-07 Rench – “Life In Mean Season” – www.renchaudio.com Mijn gevoel laat me niet vaak in de steek als ik voor het eerst nieuwe platen beluister. “Life In Mean Season” van de New Yorkse singersongwriter is bij nadere beluistering sensationeel goed. De beste plaat in elk geval die ik dit jaar beluister heb en dat komt met name door de bijzondere mix van aan de ene kant traditionele country en aan de andere kant het gebruik van samples en snoeiharde beats; kortom country van de 21e eeuw. Té gemaakt of té ver gezocht? Beslist niet, deze mix werkt wonderwel en Rench brengt de rootsmuziek naar mijn bescheiden mening een stap verder. Er is niet veel informatie van deze experimentele singersongwriter uit Brooklyn te vinden. Wel heeft hij onder verschillende namen platen opgenomen in hetzelfde genre. Op www.renchaudio.com is te lezen dat hij ook opereert onder de vlag van Battlestar, Battlestar America en B-Star. Rench (zang, gitaar en beats) wordt op deze plaat begeleid door violiste Michi ‘Ten Fingers’ Wiancko die ook de prachtige tweede stem voor haar rekening neemt, verder zijn pedal steel gitaristen Billy ‘Rocco Billy’ Villano, Bob Hoffner en Nick ‘The Reverend’ Dedring geluidsbepalend. De bas wordt bediend door Roy Shimmyo en Big dan Jesselsohn en de turntables worden bediend door DJ Simple Simon en The Scratch Cowboy. In het door Rodney Crowell geschreven “Till I Gain Control Again” is een vocale hoofdrol weggelegd voor Linda May Wacker. Verder horen we Jessica Basta in het Bobbie Gentry nummer “Fancy” en is zangeres Veronica Dougherty nadrukkelijk aanwezig in “Come Back To Brooklyn”. Van de 20! songs zijn er veertien van Rench’ hand, die me in de verte doen denken aan het werk van John Hiatt, wellicht ook vanwege de intonatie die me sterk aan Hiatt doet denken. Ik kan er verder kort over zijn; “Life In Mean Season” is een openbaring, een plaat om te koesteren. Wereldplaat!!!!!!!!! Thomas Kaldijk Recensie 03-03-03 Billy Jones – “My Hometown – Black & Tan Records / www.blackandtan-shop.comHet beleid van het Apeldoornse blueslabel Black & Tan valt te prijzen. Hoewel een portie onversneden Chigago blues uit de jaren vijftig niet te versmaden is, gooit Jan Mittendorp het met zijn label over een andere boeg. Black & Tan bluesplaten handelen over hedendaagse problemen van mensen die leven in het heden. Verwacht geen traditionele shuffles in de bekende Chigago / Texas stijl. Veel eerder staat de stem centraal en sluipen er invloeden van de moderne tijd binnen: R & B, soul en funk gedrenkt in de blues. Dat is ook het geval met Billy Jones, een blues artiest uit Little Rock Arkansas. Deze zoon van een bluescafé eigenaar werd de blues met de paplepel ingegoten. De jukebox bevatte veel werk van Howlin’ Wolf, BB King, Elmore James, Sonny Boy Williamson en Muddy Waters en dat werden zijn grote voorbeelden. Niet verrassend dat Billy ook de bluesgitaar ter hand nam en in allerlei bluesbandjes ging spelen. Hij heeft met velen uit de soul blueswereld opgetreden en / of opnames gemaakt zoals Willy Clayton, Denis LaSalle, The Bar-Keys, Willie Cobb en Chuck Willis. In december 2004 kwam hij over naar Nederland om in de Cortez studio in Utrecht “Tha’ Bluez” op te nemen. Kern van de studioband waren The Sunset Travellers en als producer fungeerde Erik Spanjers (JW Roy / Malford Milligan). Nu anno 2007 is er een nieuwe studioplaat, “My Hometown”, opnieuw geproduceerd door Erik Spanjers in samenwerking met Ramon Goose. Deze laatste is ook te horen als gitarist en verder doen op deze plaat mee bassist Joe Goose en drummer Gary Leach. Hoofdpersoon is natuurlijk Billy Jones op gitaar en vocalen en de plaat zou ik willen omschrijven als blues met grote stadsinvloeden. Het eerste nummer “Here With You” zet de toon voor de plaat; blues met een flinke scheut R & B. “Pull My 44” is blues met funk in de stijl die ook The Shiner Twins graag bewandelen. “Right Now” is een prachtige R & B ballad dat eveneens geldt voor track 5 “Never Let You Go”, terwijl “ Christal” een midtempo rocker is met funk invloeden. Prijsnummer voor mij is het soulnummer “The Clown” in de beste southern soul traditie. Liefhebbers van meer traditionele blues(rock) komen het meest aan hun trekken met de waardige afsluiter “Blues Comes Callin’”. Kortom een veelzijdige plaat van een artiest die niet de gelikte bluespaden bewandelt. Dat is tevens een compliment voor het label van Jan Mittendorp, Black & Tan. Thomas Kaldijk |