recensie 24-06-05

John Hiatt – “Master Of Disaster” – New West Records / SonicRendezvous.

John Hiatt toog voor zijn éénentwintigste plaat naar de Ardent studio in Memphis om daar onder productionele leiding van Jim Dickenson “Master Of Disaster” op te nemen.

Jim Dickenson is, samen met Dan Penn, één van die unsung heroes van de Memphis scene van de jaren zeventig tot heden.

Dickenson speelde mee op legendarische sessies van o.a. The Stones / “Sticky Fingers” en Ry Cooder / “Into The Purple Valley” en produceerde baanbrekende platen voor o.a. Big Star / “Third – Sister Lovers”, Jason and The Scorchers en The Replacements / “Pleased To Meet Me”.

Als begeleiders fungeren gitarist Luther en drummer Cody Dickenson, inderdaad zonen van en beide spelend in The North Mississippi AllStars en bassist David Hood.

Laatstgenoemde deed in de zestiger en zeventiger jaren mee op ontelbare prachtige soulopnames die in de Fame Studio en The Muscle Shoals Sound Studio gemaakt werden.

Is “Master Of Disaster” daarom een soul plaat geworden? De vraag moet ontkennend beantwoord worden. In tegenstelling tot de nieuwe plaat van Greg Trooper / “Make It Through The World” en geproduceerd door Dan Penn is John Hiatts nieuwe plaat minder countrysoul dan je in eerste instantie gedacht / gehoopt? zou hebben.

Alleen in het titelnummer “Master Of Disaster” en het prachtige uptempo nummer “Find You At Last” getuigen de blazers van soulinvloeden, maar voor de rest zijn de nummers opvallend ‘klein’gehouden.

De begeleidingsband stelt zich zeer dienstbaar op en gitarist Luther Dickenson is nergens nadrukkelijk aanwezig, maar vult de nummers zeer kleurrijk in. Dat is met name goed te horen in het prijsnummer “Aint Ever Goin’ Back” waarin de slide van Luther ingetogen, maar meeslepend de boventoon voert.

Andere meesterwerken zijn het Dylanesque “When My Love Crosses Over” en het country getinte “Old School”.

Dat Memphis een smeltkroes van vele muziekstijlen is, bewijst Hiatt met bluesgetinte ragtime songs als “Wintertime Blues” en “Back On The Corner”.

Resumerend: “Master Of Disaster” is een klasseplaat waarop John Hiatt bewijst nog steeds één van de toonaangevende singer songwriters van het moment te zijn. De gevarieerde songs zijn tevens een ode aan Memphis en dat is tevens een verdienste van collega veteranen Jim Dickenson en David Hood als ook youngsters Luther en Cody Dickenson. Klasseplaat.


Recensie 17-06-2005

Dwight Yoakam – “Blame The Vain” – New West Records / SonicRendezvous

Blijkbaar is Dwight Yoakam met zijn tweede jeugd begonnen. Na 21 jaar met producer en gitarist Pete Anderson samengewerkt te hebben, had hij de behoefte zijn achttiende plaat in een nieuwe setting op te nemen.

Deze keer had hij zoveel vertrouwen dat hij de producers knoppen zelf bediende en het moet gezegd worden;  “Blame The Vain” is één van de beste platen geworden in het oeuvre van Dwight Yoakam.

Geboren in Kentucky, zijn jeugd doorgebracht in Ohio, maar echt ‘opgegroeid’ in Californië, is Dwight Yoakam de fakkeldrager van de muziek van Buck Owens, Merle Haggerd en Hank Williams.

Begin tachtiger jaren werd hij bekend als ‘new traditionalist’, maar overgoot zijn country met een rootsrock kant die hem ook in alternatieve kringen geen windeieren legde.

Dwight Yoakam trok in de Los Angeles scene in die tijd samen op met The Blasters, Lone Justice, The Knitters en Los Lobos en bediende zich van een frisse cowpunkachtige uitstraling.

Hoewel de Burrito achtige countryrock stijl nooit echt in Californië is verdwenen, waait er opnieuw een frisse wind door countryrock land. Een band als Dave Gleason’s Wasted Days is daar het beste bewijs voor.

Dwight Yoakam kwam na een zware Amerikaanse toernee in 2002 in aanraking met een jonge countryrock garde in Los Angeles, die twee keer per maand sessies hield in clubs als Molly Malone en The King King Club.

Gitarist Keith Gattis trok de aandacht van Dwight Yoakam toen die een keer een sessie bijwoonde. Hij nodigde Gattis uit en samen met diens muzikale vrienden Mitch Marine en Dave Roe gaf Dwight Yoakam een aantal onvergetelijke concerten in 2003.

Aangevuld met bassist Taras Prodaniuk (Lucinda Williams) en keyboard speler en pedal steel gitarist Skip Edwards, toog Dwight Yoakam de studio in om de nummers van “Blame The Vain” in Hollywood op te nemen. Zonder op de nummers afzonderlijk in te gaan, werkt de nieuwe setting voor Dwight Yoakam zeer verfrissend. Met name gitarist Keith Gattis pept Yoakam naar grote hoogte op. De sound is wat rootsrock achtiger, hoewel Dwight Yoakam zijn country voorliefde niet verloochent. Al met al is “Blame The Vain” één van de beste rootsrock platen van dit jaar. Met nadruk op roots en minder op country.

Thomas Kaldijk


Recensie 03-06-2005

Billy Joe Shaver – „A Tribute To Billy Joe Shaver Live“ – Compadre Records / SonicRendezvous

Als je iemand een waardige tribute gunt, dan is het Billy Joe Shaver wel. Hoeveel leed kan iemand verdragen; hij verloor binnen een jaar zijn moeder en zijn vrouw Brenda aan kanker en zijn zoon Eddy Shaver aan de gevolgen van een overdosis.

Eddy was vanaf de jaren tachtig gitarist in de band van Billy Joe en vader en zoon hadden een uitstekende verstandhouding met elkaar.

Ik was in de gelukkige omstandigheid om Billy Joe persoonlijk te ontmoeten, toen hij in 2003 een korte toer door Nederland maakte. Schandalig trouwens dat er destijds zo weinig publiek aanwezig was (Steenwijk / Drente). Vorig jaar voor een goed gevulde Patronaat in Haarlem bewees Billy Joe opnieuw ‚een living legend’ te zijn.

Op 16 augustus 2004 werd de vijfenzestigste verjaardag van Billy Joe gevierd in het Paramount Theatre in Austin, Texas.

Talrijke (Texaanse) coryfeeën gaven acte de présence en betoonden hun respect voor de grote Texaanse singersongwriter.

Guy Clark, Jimmy Dale Gilmore, Robert Earl Keen, Joe Ely, Tod Snider, Dale Watson, Bruce Robison, Kelly Willis kortom iedereen van naam in Texas bezorgden Billy Joe Shaver en het publiek een memorabele avond.

Hoogtepunt voor mij is de vertolking van „Live Forever“ door Cory Morrow, een nummer geschreven door Eddy en Billy Joe en nu met de kennis van Eddy’s dood een dubbelzinnige tekst. Verder geeft Jimmy Dale Gilmore (met Colin Gilmore) een roerende, emotionele vertolking van „Hearts A Bustin“ dat Billy Joe voor zijn vrouw Brenda had geschreven, maar die het nummer door haar vroegtijdige dood nooit zelf heeft kunnen beluisteren.

De plaat eindigt met de meester zelf: een fantastische uitvoering van „Tramp On Your Street“.

Wat de plaat verder zo indrukwekkend maakt zijn, behalve de muziek, de respectvolle inleidingen die de meeste artiesten aan het begin van hun nummers uiten. Respectvol,soms emotioneel, vaak geestig. Een gedenkwaardig document; Billy Joe Shaver waardig.

Thomas Kaldijk