|
|
|
|
Recensie 27-01-2005 Frank Carillo and The Bandoleros – “Bad Out There” – Jezebel Records / SonicRendezvous Frank Carillo is een rootsrocker met een lange, indrukwekkende carrière. In 1972 en 1973 maakt Peter Frampton van zijn kwaliteiten als gitarist gebruik op de legendarische platen “Wind Of Change” en “Frampton’s Camel”. Daarna richt hij een eigen band op ‘Doc Holiday’, die een contract krijgt bij Swan Song, het label van Led Zeppelin. Met deze band wordt een toer gepland, maar wordt gecanceld vanwege de tragische dood van Robert Plant’s zoon. Verder doet Frank Carillo sessiewerk voor Carly Simon en vormt begin negentiger jaren een duo met Annie Golden in Golden Carillo. Ze hebben veel succes, met name in West Europa en brengen twee succesvolle platen uit. Via de succesvolle producer John Sonneveld, komt hij in aanraking met onze eigen George Kooymans. In diens Belgische studio neemt hij onder productionele leiding van Sonneveld zijn soloplaat “Toxic Emotion” op, dat veel succes in Europa heeft. De vriendschap met Kooymans brengt hem ook in contact met Anouk en zo komt het dat op haar debuutplaat uit 1995 twee nummers van Carillo staan. Ook op de laatste cd van Golden Earring, “Millbrook USA”, drukt Carillo zijn stempel. Niet minder dan 7 nummers zijn (gedeeltelijk) van zijn hand en is hij verder te horen als backing vocalist en slide gitarist. De laatste jaren maakt hij deel uit van de band van de legendarische bluesgitarist John Hammond. Na ‘Doc Holiday’, zijn sessiewerk en soloplaten heeft Carillo weer een nieuwe band opgericht: Frank Carillo and The Bandoleros. Hun debuutplaat “Bad Out There” is een heerlijke mix van rootsrock en americana. Namen die me te binnen schieten zijn Springsteen (de “Born To Run” periode), Dylan (luister naar de begintrack “Bad Out There” en “Wrong”), Hiatt / Costello (“Tail That Wagged The Dog”) en Morlix (“All In Chains”). Naast imponerende, breed uitwaaiende Springsteriaanse gitaarrock, valt op dat Carillo in staat is prachtige intieme americana songs te componeren. “Last Plane”, Just A Photograph”, “Blame All My Troubles On The Moon” en “The Bluebird Is Gone” zijn prachtige miniatuurtjes die deze plaat zo bijzonder maakt. “Bad Out There” is een zeer prettige kennismaking met Frank Carillo. De komende tijd (en ik denk nog lange tijd hierna) zal de plaat vaak in de cd speler belanden. Aanrader. Thomas Kaldijk Recensie21-01-2005 Ray Wylie Hubbard – Delirium Tremolos – Philo / Rounder EuropeRay Wylie Hubbard is al meer dan dertig jaar één van de leidende figuren uit de muziekscene in Texas. Hoewel geboren in Oklahoma, verhuisde hij op jonge leeftijd naar Dallas en raakte daar bevriend met mensen als Jerry Jeff Walker en Ramblin’ Jack Elliott. Jerry Jeff Walker zette Hubbard’s beroemdste song “Up Against The Wall, Redneck Mother” op zijn bejubelde LP “Viva Terlingua” uit 1973. Hadden in zijn beginperiode de folk en zelfs cowpunk (met de band The Cowboys Twinkies) de overhand, sinds de jaren tachtig heeft Ray Wylie Hubbard zich meer gemanifesteerd als een gerespecteerde singer-songwriter die country, blues en folk tot een gloedvolle eenheid weet te smeden. Dat dit ook gewaardeerd wordt door collega artiesten bewijst zijn nieuwste plaat “Delirium Tremolos”. In gesprek met producer Gurf Morlix werd het idee geopperd om een aantal favoriete nummers van andere songwriters op te nemen, temeer omdat Ray Wylie Hubbard zich zelf al ruimschoots bewezen had als erkende songsmid. De nummers geven aan waar Ray Wylie Hubbard zijn inspiratie vandaan gehaald heeft en hij wordt daarbij geholpen door coryfeeën als Eliza Gylkinson, Patty Griffin, Cody Canada, James McMurtry en Slead Cleaves. Drie nummers zijn van Hubbards’ eigen hand en de gloedvolle productie was opnieuw in handen van Gurf Morlix. Afgetrapt wordt met het prijsnummer van de plaat “The Beauty Way”, geschreven door Eliza Gylkinson die ook de tweede stem voor haar rekening neemt. Het tweede nummer “Rock and Roll Gypsies”werd geschreven door Roger Tillison, een singer-songwriter uit Oklahoma en is tekstueel een sleutelnummer: “To The faraway places and friends / of the people and the places I’ve been / I’ll sing you a song and I won’t keep you long”. Dan zijn we nog maar twee nummers op gang en begint het te dagen dat we met een prachtplaat te maken hebben. Dat wordt alleen maar bevestigd door prachtige vertolkingen van “Dallas After Midnight” (met Jack Ingram) en het door Gurf Morlix en Rod Picott geschreven “Torn In Two” met fantastisch kleurrijk gitaarspel van Morlix zelf. In het middengedeelte zakt de spanning iets weg door een meer op gospel (“This Mornin’ I Am Born Again”) en blues(“Roll And I Tumble”) geënte repertoire keuze. Gelukkig sluit de plaat af met het ruim acht minuten durende “Choctaw Bingo”. Geschreven door James McMurtry (“a song I should have written” / Hubbard) zitten McMurtry en Morlix elkaar op gitaar naar grote hoogtes te stuwen en is het een waardige afsluiting van een plaat die al vroeg in het jaar een hoge standaard neerzet. Thomas Kaldijk recensie 14-01-2005 Sonny Landreth – “Grant Street”– Sugar Hill Records / MunichDe eerste ‘cd van de week’ van Blueprint is van meester slidegitarist Sonny Landreth uit Louisiana. Op vertrouwde bodem, Grant Street Dancehall, Lafayette Louisiana trakteert hij ons op 11 messcherpe songs waarin hij nogmaals zijn grote gitaristische gaven laat horen. Op vrijdag 23 en zaterdag 24 april 2004 moet het bloedheet in deze honky-tonk geweest zijn, waar Landreth reeds met Clifton Chenier speelde op de openingsavond in 1980. Zijn eerste muzikale liefde ,Cajun, is natuurlijk onlosmakelijk verbonden met Louisiana en ook zijn samenwerking met John Hiatt is iedereen waarschijnlijk bekend. Wat op “Grant Street” duidelijk wordt is dat Landreth in een trio bezetting een beest van een bluesrockgitarist wordt. Samen met bassist David Ranson en drummer Kenneth Blevins doen ze me in de verte denken aan het live geluid van Rory Gallagher en dan is men bij mij niet aan het verkeerd adres. “Gone Pecan” blijft live een fantastisch rollin’ rockin bluesshuffle en op de nummers “Wind In Denver” (nieuw) en “All About You” klinkt de heavy blues door. In instrumentale nummers als “Pedal To Metal” (ook nieuw), “Native Stepson” en “Port Of Calling” gaat hij helemaal los en is het niet vreemd dat Eric Clapton verklaart Sonny Landreth de meest onderschatte gitarist op onze planeet te vinden. Afgesloten wordt met het bijna 11 minuten durende “Congo Square”, de herkenningstune van Sonny Landreth. In dit nummer keren de tijden van The Allman Brothers’ “Live In Fillmore East” terug. Dat John Hiatt, Eric Clapton en Jimmy Buffett van zijn diensten gebruik maken is heel begrijpelijk. Met “Grant Street” bewijst Sonny Landreth dat hij ook op eigen benen kan staan. 2005 wordt gitaristisch knallend begonnen. Thomas Kaldijk
|