|
|
|
|
Recensie 29-04-2005 Jeffrey Halford and The Healers – „Railbirds“ – Shoeless RecordsHoewel Jeffrey Halford in Dallas werd geboren, woont hij al vanaf halverwege de zestiger jaren in Californie. Zijn thuisbasis is sinds vijftien jaar San Francisco, waar ook zijn nieuwe, vijfde plaat „Railbirds“ werd opgenomen. In huize Halford werden platen gedraaid van Ray Charles, Johnny Cash, Dave Brubeck, Elvis Presley en Buffalo Springfield. Maar ook literatuur en poëzie van Dylan Thomas, Raymond Carver en Walt Whitman was in huize Halford te vinden. De muziek en literatuur van hiervoor genoemde personen bleken een belangrijke inspiratiebron voor Jeffry Halford te zijn. Jeffrey had aan onderwijs een broertje dood en toen hij een gitaar van zijn vader kreeg werd muziek zijn roeping. Hij kwam met Oakland’s bluesgrootheden zoals Sonny Lane, Mississippi Johnny Waters en JJ Malone in aanraking, maar ook de rock and roll van Cuck Berry en Jerry Lee Lewis had een grote invloed op Halford. Hij richtte de rockabilly groep „The Snappers“ op en stond op het podium met The Blasters, Chris Isaac en The Beatfarmers. Zoals gezegd opereert hij de laatste jaren met zijn band the Healers vanuit San Francisco en op „Railbirds“ vinden we naast zijn vaste bandleden ook bijdragen van Chuck Prophet, Augie Meyers( Sir Douglas Quintet / Dave Alvin) en Steve Bowman (voorheen Counting Crows nu Luce). De muziek van Halford kan het beste omschreven worden als bluesy rootsrock met een zuidelijk R&B feel. Halford en Rich ‚Golde’ Goldstein wisselen elkaar af op slidegitaar en ook de keyboard bijdragen van Augie Meyers en co-producer Adam Rossi mogen niet onvermeld blijven. Prijsnummer is „Hannah Ruth“, dat een sterk Southside Johnny gehalte heeft met fraai orgelspel van Augie Meyers op zijn Hammond. „Halfway Gone“ heeft een sterk Memphis R&B accent en soms wordt er een rustmoment ingebouwd zoals bij „South Of Bakersfield“ en „Safe At Home“ met fraai vioolspel van Michael Fiorentino. Voor de rest wordt er flink gas gegeven en komen de rootsrockers onder ons prima aan hun trekken. Een afwisselende, boeiende roots rockplaat die door zijn bluesy feel ook een breder publiek zal aanspreken. Thomas Kaldijk Recensie 22-04-2005 Greg Trooper – „Make It Through This World“ – Sugar Hill Records / Munich RecordsMijn eerste gevoel laat mij niet vaak in de steek. Bij de eerste luisterbeurten de afgelopen jaren van platen van Peter Wolf, Nick Lowe, Richard Ferreira en Buddy Miller gaf de unieke mix van country en soul de doorslag tot top 10 noteringen in mijn favoriete lijstjes. Datzelfde gevoel bekruipt me opnieuw bij de nieuwe plaat van Greg Trooper. Fantastische countrysoul in de beste Muscle Shoals / Memphis traditie. Dat Dan Penn de plaat produceerde is voorts de slagroom op de taart. In uitvoerende zin is Greg Trooper de echte kroonprins van Dan Penn, die met nummers als I’m Your Puppet, The Dark End Of The Street en Cry Like A Baby onsterfelijke nummers heeft geschreven, vaak in samenwerking met even legendarische figuren als Spooner Oldham en Chips Moman. Niemand minder dan fan Buddy Miller introduceerde Trooper bij Dan Penn, na ook informatie bij Dave Alvin ingewonnen te hebben. Met begeleiders Kenneth Blevins (drums), Dave Jacques (bas), Kevin McKendree (keyboards) en gitarist Bill Kirchen gaat de cd kenmerkend van start met „Dream Away The Blues“, met een heerlijk grommende orgel van McKendree en slidewerk van Kirchen.: countrysoul van de bovenste plank. Het tweede nummer „This I’d Do“ zou ook perfect in het oeuvre van Nick Lowe passen. Een hoogtepunt van de plaat. „Green Eyed Girl“ heeft een Buddy Miller feel en is meer Americana gericht. Met „Make It Through This World“ dient reeds het tweede hoogtepunt zich aan. Prachtige melodielijnen, perfect muzikaal ingevuld. Ik zou verder alle nummers kunnen noemen, maar „Lonely Pair“, Sad Sad Girl“, „Close To The Tracks“ en „Lonesome For You Now“ zijn allemaal fantastische countrysoul nummers. In de eerste regel schreef ik dat het eerste gevoel mij niet vaak in de steek laat. Het tweede gevoel zegt me dat „Make It Through This World“ dit jaar niet overtroffen wordt. Dit is mijn muziek. Thomas Kaldijk Recensie 15-04-2005 The Generators – „That’s It“– Hell & Devil MusicThe Generators is een Nederlandse bluesband die sinds 1999 bestaat. Ze komen uit hetzelfde nest als The Kingsnakes: hetzelfde management en platenlabel. The Generators zijn echte traditionalisten die niet van plan zijn de blueswereld op zijn kop te zetten met nieuwe concepten. Integendeel, in 15 nummers laat de groep alle bluesstijlen de revue passeren en doet dat met zo’n speels gemak, dat we met recht van een prachtige bluesplaat kunnen spreken. Zeven nummers zijn van de hand van gitarist Peter ‚Crazy Pete’ de Wijse en zanger mondharmonikaspeler Richard ‚Big Rich’ van den Elzen en met deze heren heb ik direct de uitblinkers genoemd. Richard van den Elzen heeft een stem die alle bluesstijlen aankan en ook zijn harmonika spel is van grote klasse. Peter de Wijse heeft een bijtende aanslag die me doet denken aan de stijl van Magic Sam. De nummers van Peter de Wijse kenmerken zich met name door jump blues („Do It To Me“ , „Pokerface“ en „Our Love Is Mad“) en rock and roll („Louise“) invloeden. Het door de Wijse en van den Velzen geschreven „She Sweet“ is een West Coast bluesshuffle die sterk refereert aan de stijl van James Harman. „Where Did I Go Wrong“ heeft een Magic Sam feel en „Hot Beans & Taco’s“ is een New Orleans shuffle. Verder vinden we covers van Johnny Otis, Larry Birdsong, Charles Brown, T Bone Walker, Guitar Gable en Little Walter op deze swingende plaat. Rest me nog te vertellen dat de plaat in de herfst van 2004 werd opgenomen in Hannover onder productionele leiding van Andreas Arlt van BB & The Bluesshacks. Ook pianist Dennis Koeckstadt van deze Duitse bluesband speelt een belangrijke gastrol op „That’s It“. Het werken met een pianist beviel de band zo goed, dat ze na de plaatopnames besloten om een vaste pianist in de band op te nemen. Dat is Bart ‚Mr Fingers’ Drent geworden en als vijftal maken ze momenteel de Nederlandse podia onveilig met hun ‚spicy flavored blues & swing’. „That’s It“ is een Nederlandse bluesplaat van internationale klasse. Thomas Kaldijk Recensie 08-04-2005 Heavy Trash – „Heavy Trash“ – Yep Roc Records / SonicRendezvousHeavy Trash is een gelegenheidsband van John Spencer en Matt Verta Ray. Spencer kennen we natuurlijk van de explosieve John Spencer’s Blues Explosion , die al 14 jaar de podia onveilig maakt met hun punkachtige benadering van de blues en rock and roll. Mr. Verta Ray (opgegroeid in Canada, nu wonend in New York) speelde gitaar in de punk-rock and roll band Speedball Baby en is tevens eigenaar van zijn Hed studio waar de plaat „Heavy Trash“ werd opgenomen. In dezelfde studio namen illustere figuren als Andre Williams, Robert Quine en Rudy Ray Moore platen op. Zoals van de heren te verwachten, krijgen we geen traditionele rock and roll te horen. Wat je krijgt zijn overstuurde gitaren, vervormde stemmen en het gierend uit de bocht vliegen. De invloeden van Sun, het sixties geluid van Them, The Small Faces en The Stones, de country hill blues uit Noord Mississippi...het is allemaal te horen op deze geweldige rock and roll plaat annoo 2005. Wat maakt het uit dat „Take My Hand“ een kopie is van „Time Is On My Side“ van Irma Thomas / The Stones. Alle dertien nummers (langste nummer 3.56) werden door John Spencer en Matt Verta Ray zelf geschreven en de meeste instrumenten werden door de heren zelf bespeeld. Het hoesje spreekt van ‚filthy R&B and frantic rock and roll / the perfect soundtrack for boozy all- night throwdowns, pettin’ parties and psychedelic fright shows“. Jukebox muziek van de toekomst. Proost. Thomas Kaldijk recensie 01-04-2005 Tish Hinojosa – „A Heart Wide Open“ – Cora Zong RecordsTish Hinojosa werd in 1955 geboren als dochter van Mexicaanse immigranten. Haar verre voorouders stamden uit Spanje, die zich gevestigd hadden in het gebied van de Rio Grande, de natuurlijke grens tussen de VS en Mexico. Tish groeide op in San Antonio Texas met Spaanstalige Tex – Mex Conjunto, maar ook met de country en rock and roll die op de lokale stations te beluisteren waren. Haar debuutplaat kwam uit in 1989 en sindsdien heeft ze samengewerkt met groten zoals Linda Ronstadt, Lucinda Williams, Joan Baez, Kris Kristofferson en Nancy Griffith, om slechts enkelen te noemen. Op het onvolprezen CoraZong Records is nu haar nieuwste cd „A Heart Wide Open“ verschenen. Een plaat met veel Americana en singersongwriters invloeden en dus minder Spaanse Conjunto. Wel op twee nummers is Flaco Jimenez op accordeon te horen en dat zijn meteen ook de beide hoogtepunten van de plaat. „Blue Eyed Billy“ en „Finding Paris“worden door Flaco’s prachtige accordeon accenten naar een hoger plan getild. Zoals gezegd slechts twee Spaanstalige nummers: het latin achtige „Derechos De El Corazon“ en het live nummer „Volveras Amarme A Mi“ dat in januari werd opgenomen tijdens haar laatste Europese toernee. Nummers die ook niet op een Los Lobos plaat zouden misstaan. Verdere gastbijdragen zijn er o.a. van Asleep At The Wheel’s Ray Benson (Duet in „Never Say Never Love Again“), Cindy Cashdollar, Chip Dolan en andere top sessiemuzikanten uit Austin. Geproduceerd door haar vaste begeleiders, gitarist Marvin Dykhuis en bassist Glenn Kawamoto is „A Heart Wide Open“ een aangename plaat die deze keer meer de Americana kant van deze sympathieke zangeres laat zien. Dat ze sociaal maatschappelijk bevlogen is en opkomt voor de belangen van de Latijnse vrouw is een verdere aanbeveling. Thomas Kaldijk |